Meld u aan voor de nieuwsbrief

Meld u nu aan voor de gratis nieuwsbrief en maak 3x kans op een 7 inch Android tablet.

Bedankt voor het inschrijven op onze nieuwsbrief!

De AOW en werken na je 65e jaar

13 September 2007Nicole Goud

Voor de AOW maakt het niets uit of u werkt na uw 65e of niet. of niet. Deze ontvangt u altijd, als u tenminste verzekerd bent geweest.

Nog steeds werken maar weinig mensen door na hun pensioen en van de mensen die doorwerken, is het overgrote deel eigen baas. Veel mensen kijken ook vreemd aan tegen 65 plussers die nog werken. Voor de AOW maakt het niets uit of u werkt of niet. Deze ontvangt u altijd als u tenminste verzekerd bent geweest.

Het ontvangen van eigen inkomsten heeft geen invloed op de hoogte van uw AOW. U ontvangt gewoon de bedragen die wettelijk zijn vast gesteld. De AOW is gebaseerd op een omslagstelsel. Dit houdt in dat de werkende mensen premies betalen waarmee de overheid direct de AOW betaalt voor de 65-plussers. Door de vergrijzing zal de overheid in de toekomst de AOW niet op gelijk niveau kunnen houden. Een van de ideeën waarmee de overheid speelt is de hoogte van de te ontvangen AOW-uitkering wel inkomensafhankelijk te maken. Steeds meer 65-plussers hebben een beter ouderdomspensioen waardoor dit een mogelijkheid zou zijn. Er zijn drie argumenten die deze oplossing tegenhouden:

  • het niet stimuleren door te werken na 65-jarige leeftijd,
  • de gedachte van een gelijke basisvoorziening voor iedereen en;
  • het niet stimuleren zelf pensioen op te bouwen.

De inkomsten van uw partner hebben alleen invloed op de hoogte van uw AOW als uw partner jonger is dan 65 jaar. U bent al wel 65 en ontvangt dus een AOW-uitkering. Voor uw jongere partner kunt u dan recht hebben op een toeslag. Of u recht heeft op deze toeslag is afhankelijk van de inkomsten van uw partner. Heeft uw partner geen inkomsten, dan heeft u recht op de totale toeslag. Uw AOW-uitkering is dan € 1.410 bruto per maand. Heeft uw partner wel inkomsten, dan is het afhankelijk van de soort inkomsten en de hoogte van de inkomsten of u recht heeft op een toeslag voor uw partner.
De volledige AOW-toeslag kort de overheid met het inkomen van uw jongere partner. De volledige AOW-toeslag is 50% van het nettominimumloon, ofwel € 723,23.

U gaat als volgt aan de slag om de juiste AOW-uitkering te berekenen als er sprake is van een toeslag:

Vrijstelling over het inkomen van de jongere partner berekenen:

  1. Inkomsten minus vrijstelling = korting
  2. Toeslag minus korting = resterende toeslag
  3. AOW-uitkering plus toeslag = totale AOW-uitkering

Vrijstelling berekenen
Niet het gehele inkomen van uw jongere partner wordt in mindering gebracht op de toeslag, maar de overheid stelt een gedeelte vrij. Welk gedeelte van het inkomen is vrijgesteld is afhankelijk van het soort inkomen dat uw jongere partner geniet. Hierbij geldt het volgende:

  • Geen vrijstelling en dus volledig gekort op de toeslag: inkomen in verband met arbeid. Hieronder vallen uitkeringen op basis van werknemersverzekeringen, bijvoorbeeld WW of WIA, maar ook VUT-uitkeringen, vervroegd pensioen of nabestaandenpensioen.
  • Gedeeltelijk vrijstelling en dus gedeeltelijk gekort op de AOW-toeslag: inkomen uit arbeid of winst uit onderneming. Het inkomen mag eerst worden verminderd met:
  • 15% van het bruto minimumloon, vermeerderd met
  • 1/3 gedeelte van het inkomen dat dan nog overblijft.
  • Dit betekent dat als het bruto inkomen van uw partner hoger is dan € 1.237,35 per maand (per 1 januari 2009), u geen toeslag meer ontvangt.
  • Volledig vrijgesteld en dus niet gekort op de AOW-toeslag: inkomen uit vermogen of uitkeringen uit een in privé afgesloten verzekeringen welke periodiek uitkeren. Meer informatie kunt u vinden op de website van het ministerie van Sociale Zaken: zie onderstaande link. Daar kunt u alle info vinden over de AOW.

Nieuwsbrief

Volg Geld & Recht op Twitter

Like Geld & recht op Facebook

Meer websites van SPN