De plannen van de fiscus in 2009
Op 1 januari 2009 worden weer veel wijzigingen in de belastingwetgeving van kracht die u rechtstreeks in uw portemonnee raken. Zo is het afgelopen met het aftrekken van brillen: de aftrek buitengewone uitgaven verdwijnt. Voor chronisch zieken wordt een compensatieregeling getroffen.
De fiscus stimuleert in 2009 ook harder en langer werken. Dat gebeurt met een doorwerkbonus voor ouderen, meer arbeidskorting voor lagere inkomens en extra korting voor minstverdienende partners met kinderen . Er komt ook een nieuwe toeslag voor ouders: het ‘kindgebonden budget’. Voor leaserijders, tot slot, wordt een lager tarief geïntroduceerd voor ‘mediumzuinige’ auto’s.
Veel bedragen stijgen met 1,7 procent als inflatiecorrectie. In dit overzicht voor 2009 worden soms ter vergelijking bedragen uit 2008 genoemd, maar alleen als er een stijging of daling is bovenop de inflatiecorrectie.
In dit artikel vindt u ook de bedragen van toeslagen in 2009 (zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget).
Meer
- Op deze pagina leest u ook over de nieuwe uitkeringen en premies in 2009.
- Voor de aangifte over het jaar 2008 (die u doet in het voorjaar van 2009) gebruikt u de tarieven van 2008.
Inhoud
- Inkomstenbelasting (box 1, 2 en 3)
- Heffingskortingen
- Aftrekposten
- Zorg
- Woning
- Vervoer
- Pensioen
- Erfenis en schenking
- Toeslagen
Inkomstenbelasting
Inkomsten worden naar soort ingedeeld in drie boxen, elk met een eigen tarief.
Tarief in box 1 (belastbaar inkomen uit werk en woning). Het tarief in de eerste schijf daalt licht van 2,45 naar 2,35 %. Het tarief in de tweede schijf stijgt van 10,70 naar 10,85 %.
> Nieuwe tarieven in box 1
|
Jonger dan 65 |
||||
|
Inkomen tussen |
en |
Tarief |
Premie volksverz. |
Totaal tarief |
|
17.878 |
2,35 % |
31,15 % |
33,50 % |
|
|
17.878 |
32.127 |
10,85 % |
31,15 % |
42 % |
|
32.127 |
54.776 |
42 % |
------ |
42 % |
|
54.776 |
----- |
52 % |
52 % |
|
65 en ouder |
||||
|
Inkomen tussen |
en |
Tarief |
Premie volksverz. |
Totaal tarief |
|
17.878 |
2,35 % |
13,25 % |
15,60 % |
|
|
17.878 |
32.127 |
10,85 % |
13,25 % |
24,10 % |
|
32.127 |
54.776 |
42 % |
------ |
42 % |
|
54.776 |
----- |
52 % |
52 % |
De premiepercentages volksverzekeringen zijn onveranderd in 2009: AOW 17,9%, ANW 1,1% en AWBZ 12,15%. In totaal: 31,15 %.
Teruggaaf loonbelasting. De grens voor teruggaaf op verzoek, op grond van te veel ingehouden loonbelasting en premie volksverzekering over het belastingjaar 2008, is €14. De termijn is vijf jaar: in 2009 kunt u dus nog teruggaafverzoeken doen over 2004, 2005, 2006, 2007 en 2008. Over deze jaren is de teruggaafgrens €13.
Tarief in box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang). Het belastingtarief voor inkomsten uit een aanmerkelijk belang is 25%.
Tarief in box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen). Het rendement op spaargeld en ander vermogen wordt belast tegen 30%. De fiscus gaat er van uit dat u een ’fictief rendement’ van 4% haalt op uw vermogen. Dit leidt tot een belasting van 1,2% over het gemiddelde vermogen in een jaar. Het heffingsvrije vermogen is €20.661. Alleen het vermogen dat dit bedrag overstijgt wordt belast. Schulden mag u aftrekken van uw vermogen, maar alleen het deel boven een drempel van €2900. Onder voorwaarden is het heffingsvrije vermogen overdraagbaar aan de partner.
Extra heffingvrij vermogen ouderen. Ouderen met een laag inkomen krijgen een toeslag op het heffingsvrije vermogen. Voor ouderentoeslag in box 3 moet u op 31 december 2009 65 jaar of ouder zijn. De toeslag is afhankelijk van het inkomen in box 1 (vóór inachtneming van de uitgaven voor kinderopvang en de persoonsgebonden aftrek).
> Extra heffingsvrij vermogen ouderen (in euro's)
|
Inkomen tussen |
en |
Extra vrijstelling box 3 |
|
------ |
13.978 |
27.350 |
|
13.978 |
19.445 |
13.675 |
|
19.445 |
------ |
nhil |
> Overige toeslagen heffingsvrij vermogen
|
Minderjarige kinderen |
€2.762 per kind |
|
Maatschappelijke beleggingen |
€55.145 |
|
Beleggingen durfkapitaal |
€55.145 |
|
Uitvaartverzekering |
€6.703 |
|
Kapitaalverzekering |
€123.428 (1) |
1) Verzekering bestaand op 14 september 1999, onder voorwaarden.
Aanslaggrens inkomstenbelasting. De aanslaggrens voor de inkomstenbelasting in 2009 is €43. U krijgt alleen een aanslag als het verschil tussen de verschuldigde inkomstenbelasting en het saldo van gezamenlijke voorheffingen en voorlopige teruggaven meer is dan deze €43.
Heffingskortingen
Heffingskortingen zijn bedragen die afgetrokken worden van het bedrag dat u normaal aan belasting zou betalen. Ze moeten niet verward worden met aftrekposten. Dat zijn bedragen die u mag aftrekken van het inkomen dat u opgeeft aan de belasting.
> Bedragen heffingskortingen (in euro's korting op de belastingaanslag)
|
Heffingskorting |
< 65 jr. |
> 65 jr |
|
Algemeen |
2007 |
935 |
|
Arbeidskorting (maximum) (1) |
||
|
tot 57 jaar |
1480 |
----- |
|
57, 58 of 59 jaar |
1738 |
----- |
|
60 of 61 jaar |
1994 |
----- |
|
62 jaar of ouder |
2250 |
1048 |
|
Combinatiekorting |
Afgeschaft |
Afgeschaft |
|
Ink. Afh. combinatiekorting (max.) |
1765 |
823 |
|
Alleenstaande-ouderkorting |
902 |
421 |
|
Aanv. alleenst.-ouderkort. (max.) |
1484 |
692 |
|
Jonggehandicaptenkorting |
678 |
---- |
|
Ouderenkorting |
---- |
661 |
|
Alleenstaande-ouderenkorting |
---- |
410 |
|
Levensloopverlofkorting |
195 |
|
|
Ouderschapsverlofkorting |
3,99 per verlofuur |
|
|
Maatschappelijke beleggingen |
1,3% (2) |
|
|
Belegging durfkapitaal |
1,3% (2) |
(1) U moet uitgaan van uw leeftijd op 31-12-2008.
(2) van het bedrag dat voor de beleggingen is vrijgesteld in box 3 (zie boven).
Algemene heffingskorting. Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting. De korting is niet overdraagbaar. De korting is omlaag gegaan van €2074 naar €2007.
Als één van de partners weinig inkomsten heeft en zijn heffingskorting niet helemaal gebruikt, kan hij of zij onder voorwaarden (een deel van) het bedrag uitbetaald krijgen. Weinig inkomen houdt hier in: het totaal van salaris, uitkering of pensioen is lager dan €5991 (was €6172) en er is geen ander inkomen. De andere partner moet zelf wel voldoende inkomen hebben en belasting betalen.
De uitbetaling van de heffingskorting wordt de komende 15 jaar afgebouwd. In 2009 kan niet meer de hele heffingskorting van € 2007 worden uitbetaald, maar slechts € 1873. Als de belastingplichtige naar wie de korting wordt overgedragen geboren is voor 1 januari 1972, blijft de heffingskorting voor 100 procent overdraagbaar, evenals wanneer er kinderen van 5 jaar of jonger in het huishouden zijn.
Arbeidskorting. Een belastingplichtige heeft recht op arbeidskorting, als hij inkomsten heeft uit loon of salaris, winst uit onderneming, of resultaat uit overige werkzaamheden. Het moet gaan om inkomsten uit tegenwoordige arbeid. De arbeidskorting is hoger naarmate u meer verdient. In de tabel wordt het maximale bedrag aangegeven. Voor personen vanaf 57 jaar gelden hogere tarieven.
De maxima zijn in 2009 omhoog gegaan. De arbeidskorting is ook inkomensafhankelijker gemaakt. Voor de lagere inkomens (minder dan €40.000) zijn de maxima extra verhoogd, en 21 tot 24 euro hoger dan in de tabel.<TH>
Combinatiekorting. Combinatiekorting is de korting voor werkenden met kinderen onder de 12 (€ 112 in 2008). Deze korting wordt in 2009 afgeschaft en vervangen door de nieuwe inkomensafhankelijke combinatiekorting. Ook de oude aanvullende combinatiekorting (€ 746 in 2008) gaat in deze nieuwe heffingskorting op.<TH>
Inkomensafhankelijke Combinatiekorting. De inkomensafhankelijke combinatiekorting is een heffingskorting voor alleenstaande ouders en minstverdienende partners die zorgen voor kinderen onder de 12 jaar.
Het basisbedrag van deze heffingskorting is € 770 als met werken een jaarinkomen van minimaal € 4619 wordt verdiend of als er recht bestaat op de zelfstandigenaftrek. Voor elke euro die meer wordt verdiend dan € 4619, loopt de korting met 3,8 cent op tot maximaal € 1765. Dit maximum wordt bereikt bij een inkomen van € 30.800.<TH>
Alleenstaande-ouderkorting. De alleenstaande-ouderkorting is in 2009 fors verlaagd van € 1459 naar €902. U heeft recht op de alleenstaande-ouderkorting als u in 2009 meer dan zes maanden:
- geen partner heeft en...
- een huishouding voert met een kind dat u in belangrijke mate onderhoudt en dat op hetzelfde woonadres ingeschreven staat en...
- deze huishouding voert met uitsluitend kinderen die op 31 december 2009 nog geen 27 jaar waren.
Aanvullende alleenstaande-ouderkorting. Als u als alleenstaande ouder een baan heeft, krijgt u de aanvullende alleenstaande-ouderkorting. U moet voor de korting in 2009 tenminste zes maanden een huishouding hebben gevoerd met een kind dat op 31 december 2008 niet ouder dan 16 was. De korting bedraagt 4,3% van uw inkomen uit werk buiten de huishouding. De korting is maximaal €1484.
Jonggehandicaptenkorting. De jonggehandicaptenkorting van €678 geldt voor de belastingplichtige die recht heeft op een Wajong-uitkering. U krijgt de korting ook als u wel recht hebt op de Wajong-uitkering, maar hem niet krijgt vanwege het hebben van inkomen of een andere uitkering. Als u ouderenkorting krijgt, vervalt het recht op jonggehandicaptenkorting.
Ouderenkorting. De ouderenkorting is omhoog gegaan naar €661 (in 2008: €486). U heeft recht op de ouderenkorting als u op 31 december 2009 65 jaar of ouder bent en een verzamelinkomen heeft van niet meer dan €34.282 (in 2008: €32.234).
Alleenstaande-ouderenkorting. De alleenstaande-ouderenkorting is omlaag gegaan naar €410 (was €555 in 2007). U heeft recht op de alleenstaande-ouderenkorting als u recht heeft op een AOW-uitkering voor alleenstaanden.
Levensloopverlofkorting. Op deze korting heeft u recht bij een reguliere opname van levenslooptegoed. De korting is gelijk aan het bedrag van het opgenomen levenslooptegoed, maar ten hoogste €195 per jaar waarin is gestort in de levensloopregeling. Bedragen aan levensloopverlofkorting die in voorafgaande jaren al zijn genoten worden in mindering gebracht.
Ouderschapsverlofkorting. De ouderschapsverlofkorting geldt voor de belastingplichtige die in 2009 gebruikmaakt van zijn wettelijke recht op ouderschapsverlof. De korting bedraagt €3,99 per in 2009 opgenomen verlofuur. De korting is nooit meer dan de terugval in het belastbare loon in 2009 ten opzichte van 2008 door het verlof.
Het recht op ouderschapsverlof wordt per 1 januari 2009 uitgebreid van 13 naar 26 weken. Door deze uitbreiding wordt het maximale bedrag van de ouderschapsverlofkorting ook hoger.
De ouderschapsverlofkorting wordt op dit moment alleen toegepast als de ouder dat jaar inlegt in de levensloopregeling. De koppeling aan de levensloop vervalt in 2009.
Korting voor maatschappelijke beleggingen. Deze korting geldt voor de belastingplichtige die doet in maatschappelijke beleggingen (groene beleggingen en sociaal-ethische beleggingen). De korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.
Korting culturele beleggingen / in durfkapitaal. Deze korting geldt voor de belastingplichtige die belegt in direct durfkapitaal en in culturele beleggingen. De korting bedraagt 1,3% van het bedrag dat daarvoor gemiddeld is vrijgesteld op grond van de bepalingen in box 3.
Doorwerkbonus. In 2009 wordt de doorwerkbonus geïntroduceerd. Mensen die op hun 62ste nog doorwerken, krijgen vanaf het jaar dat ze 62 worden deze extra heffingskorting. De bonus wordt berekend als een percentage van het inkomen tussen € 8860 en € 54.776. Het percentage stijgt met de leeftijd.
>Hoogte doorwerkbonus (in euro's korting op de belastingaanslag)
|
Leeftijd |
Percentage inkomen |
Maximale bonus |
|
62 jaar |
5 % |
2296 |
|
63 jaar |
7 % |
3214 |
|
64 jaar |
10 % |
4592 |
|
65 en 66 jaar |
2 % |
918 |
|
67 jaar en ouder |
1 % |
459 |
Aftrekposten
Aftrek levensonderhoud kinderen. Uitgaven voor kosten van levensonderhoud voor kinderen jonger dan 30 jaar zijn aftrekbaar. Als u tenminste €410 per kwartaal bijdraagt aan het onderhoud van het kind, dan mag u de volgende bedragen aftrekken.
> Aftrekbare bedragen levensonderhoud kind (in euro's)
|
Leeftijd kind |
2008 |
2009 |
|
Tot 6 jaar |
285 |
290 |
|
Van 6 tot 12 |
345 |
350 |
|
Van 12 tot 18 |
405 |
410 |
|
18 jaar of ouder |
345 |
350 |
Let op het volgende
- De uitgaven zijn alleen aftrekbaar als voor het kind geen recht bestaat op kinderbijslag en het kind geen recht heeft op studiefinanciering (of een met deze zaken vergelijkbare regeling).
- Voor kinderen boven de 18 is extra aftrek mogelijk. De aftrek wordt tot €700 verhoogd indien de kosten van het levensonderhoud voor meer dan 50% op de belastingplichtige drukken en de kosten van de belastingplichtige tenminste €700 bedroegen.
- Indien het kind boven de 18 niet tot het huishouden van de belastingplichtige behoort, wordt de aftrek verhoogd tot €1050, als deze kosten voor meer dan 90% op de belastingplichtige drukken en de kosten van belastingplichtige voor het kind tenminste €1050 bedroegen.
- Fiscale partners mogen hun uitgaven samenvoegen.
- Er bestaat geen aanspraak op aftrek uitgaven levensonderhoud als het recht op kinderbijslag is uitgesloten op grond van de Wet beperking export uitkeringen.
Aftrek scholingsuitgaven. Scholingsuitgaven zijn aftrekbaar als ze zijn bestemd voor het volgen van een opleiding door de belastingplichtige zelf, met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Voor de aftrek geldt een drempel van €500 en een maximum van €15.000. Als belastingplichtige recht heeft op aftrek van de vaste bedragen in het kader van de Wet studiefinanciering wordt het maximum daarmee verhoogd.
Ook uitgaven voor het volgen van een procedure Erkenning Verworven Competenties, waarvoor een verklaring is afgegeven door een instantie die is aangeduid bij ministeriële regeling, vallen onder de scholingsuitgaven.
Aftrek giften. Giften zijn aftrekbaar als u ze doet aan een instelling die door de Belastingdienst is aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Op www.belastingdienst.nl vindt u een complete lijst van deze fiscaal erkende goede doelen. Eenmalige giften zijn alleen aftrekbaar boven een drempel van 1% van het verzamelinkomen (ten minste €60), en tot maximaal 10% van het verzamelinkomen. Giften in de vorm van periodieke uitkeringen zijn onder voorwaarden volledig aftrekbaar.
Giften in de vorm van het afzien van een vergoeding van kosten voor autovervoer, anders dan per taxi, worden in aanmerking genomen voor €0,19 per kilometer (dit was nog € 0,20 in 2008). Partners voegen hun giften aan anderen dan elkaar samen tot een aftrekpost, evenals hun verzamelinkomens voor de berekening van de drempel.
Aftrek weekenduitgaven gehandicapten. Voor de verzorging thuis van een ernstig gehandicapt kind, broer of zus van 27 jaar of ouder, die doorgaans in een AWBZ-instelling verblijft, heeft u recht op een aftrekpost. Ook als wettelijk mentor krijgt u aftrek. De aftrek valt buiten de systematiek van de buitengewone uitgaven en wordt niet geraakt door de afschaffing daarvan. Aftrekbaar zijn:
- €9 per dag van verzorging van de gehandicapte door de belastingplichtige;
- €0,19 per kilometer voor het vervoer van de gehandicapte per auto door de belastingplichtige over de reisafstand tussen de plaats waar de gehandicapte doorgaans verblijft en de plaats waar de belastingplichtige doorgaans verblijft. (Dit was in 2008 nog €0,20 per kilometer).
In het kader van deze regeling afgetrokken kosten kunnen niet ook nog als uitgave voor levensonderhoud kinderen worden afgetrokken. Als de belastingplichtige slechts een deel van het jaar een fiscale partner heeft en niet heeft gekozen voor het hele jaar fiscaal partnerschap, en beiden willen weekenduitgaven gehandicapten aftrekken, dan wordt het in aanmerking te nemen bedrag gesteld op de helft.
Aftrek buitengewone uitgaven
In 2009 vervalt de aftrekpost 'buitengewone uitgaven'. De aftrekpost wordt gereïncarneerd als de ‘regeling uitgaven voor specifieke zorgkosten’, waarbinnen nog enkele zaken aftrekbaar blijven. Daarnaast vindt nog andere compensatie plaats voor chronisch zieken, gehandicapten, arbeidsongeschikten en ouderen. Deze vindt u onder het kopje ‘zorg’.
Regeling uitgaven voor specifieke zorgkosten. De fiscale regeling ‘uitgaven voor specifieke zorgkosten’ is een sterk uitgeklede versie van de oude regeling ‘buitengewone uitgaven’. De volgende kosten zijn binnen de nieuwe regeling niet langer aftrekbaar:
- verzekeringspremies (ook de aanvullende zorgpremie niet);
- kosten huisapotheek (in 2008 €23);
- ouderdomsforfait (in 2008 €821);
- arbeidsongeschiktheidsforfait (in 2008 €821);
- chronisch ziekenforfait (in 2008 €821);
- brillen, contactlenzen en andere hulpmiddelen voor het gezichtsvermogen;
- ooglaserbehandelingen;
- eigen bijdrage AWBZ en Wmo; (over jaren 2009 en later)
- uitgaven wegens adoptie;
- uitgaven wegens overlijden;
- uitgaven voor kraamhulp.
De volgende kosten blijven wel aftrekbaar, mits ze voortkomen uit ziekte of invaliditeit:
- genees-/heelkundige hulp (ooglaseren uitgezonderd);
- vervoer;
- medicijnen verstrekt op voorschrift van een arts;
- hulpmiddelen (gehoorapparaten e.d.), uitgezonderd brillen en andere hulpmiddelen voor het gezichtsvermogen;
- extra gezinshulp;
- dieetkosten (voor zover opgenomen in dieetkostentabel);
- extra kleding en beddengoed;
- reiskosten ziekenbezoek (€ 0,19 per kilometer).
- eigen bijdrage AWBZ/Wmo over 2008 en eerder (zie het artikel "AWBZ over 2008, nog aftrekbaar?")
Vermenigvuldigingsfactor. Personen met een drempelinkomen niet hoger dan €32.127 mogen hun uitgaven specifieke zorgkosten, uitgezonderd die voor genees- en heelkundige hulp, vermenigvuldigen met 2,13. In de jaren 2010 en 2011 zal deze factor voor personen onder de 65 jaar stapsgewijs verlaagd worden.
Drempel. De uitgaven mogen slechts worden afgetrokken voor zover ze boven een inkomensafhankelijke drempel komen. Deze drempel is net als in 2008 1,65% van het drempelinkomen. Voor het deel van het inkomen boven de € 38.000 rekent u 5,75%. De minimumdrempel is € 118.
Mogelijke gevolgen voor toeslagen 2009. Het vervallen van aftrekposten in de buitengewone uitgaven, kan gevolgen hebben voor het inkomen waarop de toekenning van toeslagen wordt gebaseerd. U kunt het inkomen waarmee de toeslag voor 2009 is berekend vanaf controleren op www.toeslagen.nl.
Zorg
Compensatie vervallen buitengewone uitgaven. In 2009 vervalt de aftrekpost buitengewone uitgaven (zie hierboven). Hiervoor in de plaats krijgen chronisch zieken en gehandicapten vanaf het vierde kwartaal van 2010 een tegemoetkoming van € 150 tot € 500. De uitkering hangt af van het individuele geval en wordt automatisch uitgekeerd door het CAK.
Mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering worden voor € 350 gecompenseerd door het UWV. Ouderen worden fiscaal en via de AOW gecompenseerd. Zo is de ouderenkorting omhooggegaan van € 486 naar € 661 (zie onder ‘heffingskortingen’). Ook gaat de tegemoetkoming AOW omhoog van € 14,86 naar €36,45 per maand (zie de pagina over uitkeringen en premies op 5 januari).
Eigen bijdrage AWBZ en Wmo. Wie zorg krijgt op grond van de AWBZ of de Wmo, zoals zorg in een verpleeghuis, inrichting of thuiszorg, moet soms een eigen bijdrage betalen. Deze bijdragen worden verlaagd, omdat ze in 2009 niet langer aftrekbaar zijn als buitengewone uitgave.
Mensen die in een instelling verblijven, krijgen vanaf januari 2009 een automatische korting op hun eigen bijdrage: 8% voor mensen van 65 jaar en ouder, en 16% voor mensen jonger dan 65 jaar.
Mensen die thuis zorg ontvangen krijgen een automatische korting van 33% op de bijdrage die ze betalen. De korting over 2009 wordt in april 2010 achteraf uitgekeerd. Vanaf 2010 wordt zij direct verrekend op de factuur.
Eigen risico zorgverzekering. Het verplichte wettelijke eigen risico bij de zorgverzekering is € 155 (was in 2008 €150). Chronisch zieken worden gecompenseerd voor het eigen risico. Zij krijgen eind 2009 automatisch €50 uitgekeerd.
Basispakket uitgebreid Vanaf 2008 is het basispakket voor de zorg gewijzigd. Toegevoegd zijn:
- Diagnose en behandeling van ernstige dyslexie bij kinderen
- Psychotherapie volledig (geen eigen bijdrage meer);
Verdwenen zijn
- Middelen voor erectiestoornissen;
- Dure cholesterolverlagers, tenzij in uitzonderingsgevallen, anders goedkopere middelen;
- Sta-op-stoelen;
- Allergeenvrije en stofdichte bedhoezen;
- Faxapparatuur voor doven;
- Slaap- en kalmeringsmiddelen, behalve voor epilepsie, angststoornissen, psychiatrische problemen en terminale zorg.
Inkomensafhankelijke bijdrage ZVW. De Inkomensafhankelijke Bijdrage Zorgverzekeringswet gaat omlaag. Personen in loondienst betalen 6,9% over hun bruto loon (was 7,2% in 2008). Werkgevers moeten de bijdrage vergoeden, maar de vergoeding is belast. Indien u geen vergoeding krijgt (u werkt bijvoorbeeld zelfstandig) dan betaalt u 4,8% (was 5,1% in 2008)
Woning
Waardepeiling WOZ. De WOZ-waarde van uw huis is de waarde zoals vastgesteld door de gemeente. Het is de grondslag voor onder meer het eigenwoningforfait. De peildatum voor de WOZ is de waarde in het vorige jaar. In 2009 wordt dus de waarde per 1 januari 2008 genomen. Sinds 1 januari 2007 stellen gemeenten de waarde jaarlijks vast.
Bijtelling eigenwoningforfait. Het feit dat u genot hebt van het wonen in uw eigen huis, ziet de fiscus als inkomen. Hiervoor telt u het eigenwoningforfait op bij uw inkomen in box 1. Het forfait is een percentage (0,55%) van de WOZ-waarde van uw huis. Voor woningen die minder waard zijn dan €75.000 gelden lagere percentages. Alle percentages zijn in 2009 hetzelfde als in 2008. In 2009 wordt wel het maximum van €9300 eigenwoningforfait losgelaten. Dat betekent dat woningen boven ongeveer 1,7 miljoen euro zwaarder worden belast. Vanaf 2010 wordt voor het deel van de woningwaarde boven 1 miljoen euro elk jaar steeds een iets hoger percentage gerekend, tot uiteindelijk 2,35 % in 2016.
Hypotheeksparen. De maximale belastingvrije uitkering van een Kapitaalverzekering Eigen Woning of een Spaarrekening Eigen Woning is €147.500 bij 20 jaar of meer premiebetaling. Bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling is het maximum €33.500.
Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Als u een kleine hypotheekschuld heeft, kan het zijn dat u meer moet bijtellen voor het eigenwoningforfait, dan u mag aftrekken aan hypotheekrente. Als dat zo is, krijgt u een aftrekpost als compensatie voor dat verschil: de ’aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld’. Door deze aftrek komt het saldo van hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait nooit uit op een positief inkomensbestanddeel.
Kamerverhuurvrijstelling. Inkomsten uit verhuur van kamers uit uw eigen huis zijn vrijgesteld tot een maximum van €4.144 aan bruto huurinkomsten. De kosten voor onderhoud en dergelijke mag u daar niet van aftrekken. Huurinkomsten uit een tweede huis vallen onder de vermogensrendementsheffing in box 3.
Vervoer
De belastingtarieven voor auto’s worden verder ‘vergroend’. Meer auto’s zullen onder de ‘slurptaks’ vallen voor onzuinige modellen, en de toeslag zal hoger zijn. Daartegenover staat dat voor leaserijders een lager tarief wordt geïntroduceerd voor ‘mediumzuinige’ auto’s.
Daarnaast betalen bepaalde zeer zuinige auto’s in 2009 maar een kwart van het normale tarief op de motorrijtuigenbelasting. Ze waren al vrijgesteld van de aanschafbelasting bpm. Ook aardgas wordt aantrekkelijker gemaakt: de motorrijtuigenbelasting voor deze auto’s zal in 2009 niet langer hoger zijn dan voor benzine. Er komt verder een subsidie van € 600 op roetfilters voor dieselauto’s.
Aanschaf wordt tot slot goedkoper, en bezit duurder: de bpm daalt en de motorrijtuigenbelasting stijgt.
Bpm. Over nieuwe auto’s betaalt u een speciale belasting: de bpm, verwerkt in de aankoopprijs. De bpm voor auto’s daalt van 42,3% naar 40,0% van de netto catalogusprijs. Benzineauto’s krijgen €1288 korting (in 2008 nog €1442). Dieselauto’s betalen een toeslag van €366 (in 2008 nog €307).
In de komende jaren daalt de bpm elk jaar met 5%. Daartegenover zal steeds een verhoging van de motorrijtuigenbelasting staan.
Energielabel en bpm. Zuinige auto’s krijgen korting, onzuinige betalen extra. Dit systeem wijzigt niet in 2009.
> Korting / boete op bpm naar energielabel (in euro's)
|
Energielabel |
A |
C |
D |
E |
F |
G |
|
|
Korting |
1400 |
700 |
|||||
|
Extra korting hybride auto’s |
5000 |
2500 |
|||||
|
Boete |
400 |
800 |
1200 |
1600 |
Zeer zuinig: geen bpm. Per 1 januari 2009 geldt een vrijstelling van bpm voor zeer zuinige auto’s. Dit geldt voor dieselauto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 95 g/km of andere auto’s met een maximale CO2-uitstoot van 110 g/km, ongeacht de hoogte van de catalogusprijs.
Onzuinig: bpm-toeslag. Voor onzuinige auto’s geldt een ‘slurptaks’. Deze toeslag op de bpm is € 125 voor elke g/km CO2 die de auto uitstoot boven de grens van 205 g/km (benzine) en 170 g/km (diesel). De grenzen waarboven betaald moet worden zijn ten opzichte van 2008 verlaagd en het tarief per g/km CO2 is verhoogd: in 2008 was het nog slechts € 110.
Roetfilter: korting bpm. Dieselauto’s met een roetfilter af fabriek en een uitstoot van ten hoogste 5 milligram fijnstof krijgen 600 euro korting op de bpm. De huidige fijnstofdifferentiatie voor dieselauto’s in de bpm komt te vervallen.
Motorrijtuigenbelasting. De motorrijtuigenbelasting gaat per 1 februari met 7,7% omhoog. De 7,7% betreft het rijksdeel, niet de provinciale toeslag (‘opcenten’). Voor een gemiddelde benzineauto (ongeveer 1.000 kg) stijgt de motorrijtuigenbelasting met ongeveer € 16. Voor de gemiddelde dieselauto (ongeveer 1.250 kg) stijgt hij met ongeveer € 60.
Voor zeer zuinige auto’s met een CO2-uitstoot van onder 95 g/km (diesel) of onder 110 g/km (anders) wordt de motorrijtuigenbelasting per 1 april 25% van het normale tarief. (Dat was 50% in 2008). Het tarief voor aardgasauto’s wordt per 1 april 2009 verlaagd tot het niveau van benzineauto’s. Het tarief voor lpg blijft ongewijzigd hoog.
Bijtelling leaseauto. Voor een auto van de zaak waarin u meer dan 500 kilometer per jaar privé rijdt, moet u een percentage van de cataloguswaarde optellen bij uw inkomen. Dit percentage hangt af van de uitstoot aan CO2 van de auto.
> Ficale bijtelling leaseauto
|
Brandstof |
Uitstoot CO2 |
Fiscale Bijtelling |
|
Benzine |
110 g/km of minder |
14% cataloguswaarde |
|
111 tot en met 140 g/km |
20% cataloguswaarde |
|
|
Meer dan 140 g/km |
25 % cataloguswaarde |
|
|
Diesel |
95 g/km of minder |
14% cataloguswaarde |
|
96 tot en met 116 g/km |
20% cataloguswaarde |
|
|
Meer dan 116 g/km |
25% cataloguswaarde |
In de categorie van 14% vallen dezelfde auto’s als die van bpm zijn vrijgesteld en slechts een kwart van het normale tarief motorrijtuigenbelasting betalen. De categorie 20% is nieuw in 2009.
Reiskostenvergoeding. Uw werkgever mag maximaal €0,19 per kilometer onbelast aan reiskostenvergoeding toekennen. Voor openbaar vervoer mogen ook de werkelijke reiskosten belastingvrij worden vergoed. De werkgever moet de vergoede plaatsbewijzen bewaren.
Brandstofaccijns omhoog. De accijnzen gaan met de indexering van 1,7% omhoog. Dit betekent onder meer dat de accijns voor ongelode benzine stijgt met € 0,0117 per liter en die voor gewone dieselolie met € 0,0071 per liter.
Reisaftrek OV. Als u met het openbaar vervoer naar uw werk reist, kunt u een bedrag aan reiskosten aftrekken. Op deze aftrekpost moet u eventuele vergoedingen van uw werkgever in mindering brengen.
>Aftrekbare bedragen voor reiskosten OV (in euro's)
|
Gem. reisdagen/week |
||||
|
Afstand enkele reis |
4 of meer |
3 |
2 |
1 |
|
0 - 10 km |
---- |
---- |
---- |
---- |
|
10 - 15 km |
€ 417 |
€ 313 |
€ 209 |
€ 104 |
|
15 - 20 km |
€ 557 |
€ 418 |
€ 279 |
€ 139 |
|
20 - 30 km |
€ 933 |
€ 700 |
€ 467 |
€ 233 |
|
30 - 40 km |
€ 1156 |
€ 867 |
€ 578 |
€ 289 |
|
40 - 50 km |
€ 1508 |
€ 1131 |
€ 754 |
€ 377 |
|
50 - 60 km |
€ 1678 |
€ 1259 |
€ 839 |
€ 420 |
|
60 - 70 km |
€ 1862 |
€ 1397 |
€ 931 |
€ 466 |
|
70 - 80 km |
€ 1925 |
€ 1444 |
€ 963 |
€ 481 |
|
80 - 90 km |
€ 1951 |
€ 1463 |
€ 976 |
€ 488 |
|
90 of meer |
max. € 1951 |
max. € 1951 |
max. € 1951 |
max. € 1951 |
Als u maar een deel van het jaar reisde, brengt u een evenredig bedrag in aftrek. Als de reisafstand meer dan 90 kilometer is, dan rekent u €0,22 per kilometer maal het aantal dagen waarop u reisde, tot een maximum van €1951.
Voor de aftrekpost gelden de volgende voorwaarden:
- U moet de reis minimaal een keer per week afleggen, of minimaal 40 dagen in 2009.
- U heeft een jaarkaart, of anders een verklaring van uw werkgever of het vervoersbedrijf, dat u echt van het openbaar vervoer gebruik heeft gemaakt.
Pensioen
Aftrek premies lijfrente. Premies voor lijfrenten en bedragen betaald voor een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar. Voor de hoogte van de aftrek gelden de volgende regels:
- Betaalde bedragen zijn aftrekbaar voor zover de belastingplichtige een pensioentekort heeft en jonger is dan 65 jaar. De hoogte van het aftrekbare bedrag moet bepaald worden aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Bij de berekening van de jaarruimte zijn het inkomen en de pensioenaangroei van het voorafgaande kalenderjaar bepalend.
- De jaarruimte is maximaal €26.491 (in 2008 €17.817);
- De reserveringsruimte bedraagt in het jaar van aftrek ten hoogste 17% van de premiegrondslag met een maximum van €6703. Voor de belastingplichtige die op 1 januari 2009 de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt, wordt het maximumbedrag van €6703 verhoogd tot €13.238;
- Premies voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en van lijfrenten voor meerderjarige invalide (klein)kinderen zijn niet gebonden aan een maximaal aftrekbedrag.
De maximale premiegrondslag bij de berekening van de jaarruimte is €155.827 (was in 2008 €104.806). De in te bouwen AOW-franchise bij de berekening van de jaarruimte is €11.345. Voor tijdelijke oudedagslijfrenten is het maximale bedrag van de jaaruitkering €20.097. De jaarruimte was in 2008 fors verlaagd, om geld te besparen waarmee het banksparen kon worden ingevoerd. Deze maatregel is in 2009 teruggedraaid.
Einde gesplitste aangift lijfrentetermijnen. Met ingang van 2009 gelden nieuwe regels voor de belastingheffing over lijfrentetermijnen en andere periodieke uitkeringen uit een inkomensvoorziening. Volgens de nieuwe regels worden deze termijnen en uitkeringen in box 1 belast, indien de (verzekerings)overeenkomst is opgesteld in overeenstemming met de voorwaarden voor box 1. Daarmee hoeft in 2009 een verzekeringsrecht - een lijfrentespaarrekening of -beleggingsrecht daaronder begrepen - waarvan een deel van de premie niet is afgetrokken, niet meer gesplitst te worden aangegeven. Met gesplitst aangegeven wordt bedoeld: deels in box 1 en deels in box 3.
Afkoop kleine lijfrente. Met ingang van 2009 is een fiscaal verzachtende afkoopregeling van toepassing op lijfrenteverzekeringen met een waarde in het economische verkeer van maximaal € 4000. De afkoop van een dergelijke ‘kleine lijfrente’ wordt alleen in de heffing van inkomstenbelasting betrokken, de normaliter verschuldigde revisierente blijft hierbij achterwege.
Spaarloon. Jaarlijks mag een werknemer maximaal €613 onbelast sparen in het kader van een spaarloonregeling. Dit mag alleen als u op 1 januari 2009 in dienst was bij de werkgever. U mag slechts bij één werkgever tegelijk deelnemen. Het spaarloontegoed is vrijgesteld in box 3 tot €17.025.
Levensloopregeling. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Er kan jaarlijks maximaal 12% van het loon gespaard worden, tot een maximum van 2,1 verlofjaar. Voor werknemers die op 31 december 2005 51 jaar en ouder maar nog geen 56 waren, geldt een regeling waarbij meer gespaard mag worden. Wie verlof opneemt, krijgt een extra heffingskorting: de levensloopverlofkorting (€ 195 per jaar).
Vroegpensioen. Pensioenregelingen moeten vanaf 1 januari 2006 voldoen aan de fiscale kaders van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL). Uitgangspunt van die wet is dat een werknemer pas op 65-jarige leeftijd stopt met werken. De werknemer mag wel eerder met pensioen gaan, maar het (over minder jaren opgebouwde) pensioen moet dan actuarieel herrekend worden. Dat betekent dat het pensioen wordt verdeeld over een groter aantal jaren, waardoor de werknemer lagere uitkeringen krijgt. Voor werknemers die op 31 december 2004 55 jaar of ouder zijn, maakt de wet een uitzondering. Voor hen geldt dat bepaalde (op 31 december 2004 bestaande) VUT- en prepensioenregelingen mogelijk blijven
Erfenis en schenking
Over een erfenis of een gift betaalt u dezelfde belastingtarieven. Er gelden wel verschillende vrijstellingen voor erfenissen en schenkingen.
>Tarief successie en schenking
|
I. Echtgenoot en kinderen, kleinkinderen, enz. |
Tarief |
Totale heffing |
|
0 - 22.763 |
5% |
€ 1138 |
|
€ 22.763 - 45.519 |
8% |
€ 2958 |
|
45.519 - 91.026 |
12% |
€ 8418 |
|
91.026 - 182.042 |
15% |
€ 22.070 |
|
182.042 - 364.073 |
19% |
€ 56.655 |
|
364.073 - 910.163 |
23% |
€182.255 |
|
910.163 en meer |
27% |
Voor kleinkinderen en achterkleinkinderen komt een toeslag van 60% op de belasting. Onder voorwaarden vallen ook partners met een samenlevingscontract of ongehuwd samenlevenden in deze tariefgroep, evenals pleegkinderen.
|
II. Broers, zusters en ouders, grootouders, enz. |
Tarief |
Totale heffing |
|
0 - 22.763 |
26% |
€ 5918 |
|
€ 22.763 - 45.519 |
30% |
€12.744 |
|
45.519 - 91.026 |
35% |
€28.671 |
|
91.026 - 182.042 |
39% |
€64.167 |
|
182.042 - 364.073 |
44% |
€144.260 |
|
364.073 - 910.163 |
48% |
€406.383 |
|
910.163 en meer |
53% |
|
III. Anderen |
Tarief |
Totale heffing |
|
0 - 22.763 |
41% |
€ 9332 |
|
€ 22.763 - 45.519 |
45% |
€ 19.572 |
|
45.519 - 91.026 |
50% |
€ 42.325 |
|
91.026 - 182.042 |
54% |
€ 91.473 |
|
182.042 - 364.073 |
59% |
€ 198.871 |
|
364.073 - 910.163 |
63% |
€542.907 |
|
910.163 en meer |
68% |
> Vrijstellingen schenkingsrecht
|
Door ouders aan kinderen |
€ 4556 |
|
Door ouders aan kinderen 18-35 jr. (eenmalig) |
€ 22.760 |
|
Goede doelen |
vrijgesteld |
|
Sportorganisaties |
vrijgesteld |
|
Dorpshuizen |
vrijgesteld |
|
Anderen |
€ 2734 (1) |
- 1) Vrijstelling vervalt als verkrijging meer is dan € 2734
> Vrijstellingen successierecht
|
Echtgenoten |
€ 532.570 |
|
Kinderen jonger dan 23 |
€ 4556 per jaar beneden de 23, minimaal € 10.323 |
|
Oudere kinderen |
>€ 10.323 (1) |
|
Invalide kinderen jonger dan 23 |
€ 4556 per jaar beneden de 23, minimaal € 13.658. |
|
Oudere invalide kinderen |
€ 10.323 |
|
Ouders |
€ 45.513 |
|
Andere bloedverwanten (rechte lijn) |
€ 10.323 (2) |
|
Goede doelen |
vrijgesteld |
|
Sportorganisaties |
vrijgesteld |
|
Dorpshuizen |
vrijgesteld |
|
Anderen |
€ 1976 |
- 1) Vrijstelling vervalt als verkrijging meer is dan €27.309
- 2) Vrijstelling vervalt als verkrijging meer is dan €10.323
Ongehuwd samenwonenden die minder dan vijf jaar hebben samengeleefd, hebben lagere vrijstellingen. Bij vier jaar samenleven is de vrijstelling €213.026, voor drie jaar €159.769 en voor twee jaar €106.510.
Pensioenrechten worden afgetrokken van de vrijstelling voor echtgenoten en kinderen. Voor echtgenoten kan de vrijstelling nooit minder worden dan €152.166.
Goede doelen. De vrijstelling van schenkings- en successierecht voor goede doelen geldt alleen als u schenkt aan een instelling die door de fiscus is aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Op www.belastingdienst.nl vindt u een complete lijst van deze fiscaal erkende goede doelen.
Vanaf 1 januari 2009 worden hiernaast sportorganisaties vrijgesteld van schenkings- en successierecht. De club moet aangesloten zijn bij een door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkende nationale sportbond. Ook niet-commerciële dorpshuizen worden in 2009 vrijgesteld. Hiervoor gelden voorwaarden. Zo moet het dorpshuis worden gerund door vrijwilligers.
Toeslagen
Op www.toeslagen.nl kunt een proefberekening maken van uw eigen situatie.
Zorgtoeslag. Zorgtoeslag is een compensatie voor de basispremie van de zorgverzekering voor gezinnen met een laag inkomen. De zorgtoeslag wordt berekend op basis van de huishoudsituatie (alleenstaand of samenwonend) en het verzamelinkomen.
- Voor alleenstaanden bedraagt de maximale zorgtoeslag € 692. Bij een verzamelinkomen van € 32.502 of meer is er geen recht meer op de zorgtoeslag.
- Voor samenwonenden/gehuwden bedraagt de maximale zorgtoeslag € 1.461. Bij een verzamelinkomen van € 47.880 of meer is er geen recht meer op de zorgtoeslag.
Huurtoeslag. Gezinnen met een laag inkomen en een huurhuis kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, de leeftijd, de huurprijs en de huishoudsituatie.
- De huurprijs mag niet lager zijn dan € 201,23 en niet hoger dan € 631,73. Is iedereen in het huishouden jonger dan 23 jaar, dan mag de huur niet hoger zijn dan € 348,99. In verband met de jaarlijkse huurverhoging veranderen de huurgrenzen per 1 juli 2009.
- Het inkomen van een alleenstaande jonger dan 65 jaar mag niet hoger zijn dan € 20.975. Bij een meerpersoonshuishouden mag het gezamenlijke inkomen niet hoger zijn dan € 28.475.
- Het inkomen van een alleenstaande van 65 jaar of ouder mag niet hoger zijn dan € 19.800. Bij een meerpersoonshuishouden mag het gezamenlijke inkomen niet hoger zijn dan € 27.075.
Kindgebonden budget. Gezinnen met kinderen jonger dan 18 jaar hebben mogelijk recht op een kindgebonden budget. Dit kindgebonden budget vervangt per 1 januari 2009 de kindertoeslag. Het kindgebonden budget is afhankelijk van het inkomen en het aantal kinderen. Voor gezinnen met een verzamelinkomen tot € 29.914 is het kindgebonden budget maximaal, vanaf dit inkomen wordt het kindgebonden budget met 6,5 cent per euro aan inkomen verminderd.
>Bedrag kindgebonden budget 2009
|
Aantal kinderen |
Bij inkomen tot € 29.914 |
Geen recht meer vanaf inkomen |
|
1 kind |
€ 1.011 |
€ 45.110 |
|
2 kinderen |
1.322 |
49.895 |
|
3 kinderen |
1.505 |
52.710 |
|
4 kinderen |
1.611 |
54.340 |
|
5 kinderen |
1.662 |
55.125 |
(*) Voor het zesde en volgende kinderen € 51 extra per kind
Kinderopvangtoeslag
Gezinnen met kinderen kunnen een bijdrage in de kosten van kinderopvang krijgen via de kinderopvangtoeslag. De hoogte van de kinderopvangtoeslag wordt vastgesteld op basis van (onder meer) het verzamelinkomen, de werkelijke kinderopvanguren, de betaalde uurprijs en het aantal kinderen dat van opvang gebruik maakt. De maximale uurprijs is € 6,10 in 2009. De kinderopvangtoeslag voor het eerste kind bedraagt 96,5% van de opvangkosten voor gezinnen met een verzamelinkomen tot € 17.553, dit loopt af naar 33,3% voor huishoudens met een verzamelinkomen boven de € 113.015. Voor het tweede en volgende kind bedraagt de kinderopvangtoeslag 97,5% van de opvangkosten voor gezinnen met een verzamelinkomen tot € 17.553, dit loopt af naar 85,0% voor gezinnen met een verzamelinkomen boven de € 162.935.
- Alle bedragen en percentages in dit artikel zijn afkomstig van het ministerie van Financiën.
Gratis nieuwsbrief
Meld u nu gratis aan voor de nieuwsbrief van Geld & Recht en maak 3x kans op een AKAI Home Cinema systeem: de hoogwaardige beeld- en geluidskwaliteit zorgt ervoor dat u de bioscoop bij u in huis haalt!
Bedankt voor het inschrijven op onze nieuwsbrief!
Lees ook
Poll
Kassabon Controleert u de kassabon?
Nu op PlusOnline
- Maak 2x kans op een luxe weekend nabij de Noord-Hollandse kust t.w.v. 295 euro!
- Down-under op de bonnefooi
- De beste restaurants in de buurt van Jaarbeurs Utrecht
- Exotische Smaakmaker
- Lekker op de achterbank, maar wél veilig
- Het internet: alle begin is makkelijk
- Stelling: kernenergie is de beste investering voor de nabije toekomst
- Tuinklusjes in september 2010
- Cantharellensoep
- Alle probleempensioenfondsen bekend
